De Energie Van: Paula Verhoeven

In ‘De Energie van’ vertellen kopstukken op klimaatgebied en prominente Rotterdammers wat zij vinden van het Rotterdam Climate Initiative, en wat hen beweegt om zich in te zetten voor duurzaamheid. Dit keer Paula Verhoeven, directeur Klimaat van de gemeente Rotterdam. Sinds maart 2009 streeft zij er als eerste klimaatdirecteur in Nederland naar om binnen alle gemeentelijke diensten het ‘klimaatdenken’ gemeengoed te maken.

Aanjagen en enthousiasmeren
“Het is een eervolle taak om klimaatdirecteur te zijn. Het is mijn taak om diverse partijen bij elkaar te brengen, aan te jagen en te enthousiasmeren. De gemeentelijke diensten zien wat er echt speelt en wat er moet gebeuren. Het klimaatbureau probeert het klimaatdenken daarbij een plek in de besluitvorming en uitvoering te geven. Door partijen – bedrijven, kennisinstellingen en gemeentelijke diensten – bij elkaar te brengen, voorkomen we dat ieder vanuit zijn eigen sector de uitdagingen aangaat; we komen veel verder als we het gezamenlijk aanpakken.”

Het RCI werkt als een vliegwiel
“Het RCI gaat nu het vierde jaar in en is inmiddels een gevestigd samenwerkingsverband. Het werkt echt als een vliegwiel: steeds meer ondernemingen sluiten zich aan en nemen hun verantwoordelijkheid op het gebied van klimaat. Geld speelt altijd een belangrijke rol bij de beslissing om wel of niet te investeren in duurzaamheid. En terecht, want bedrijven moeten financieel gezond blijven. Zeker in deze tijd moeten we goed afwegen waar we in investeren. Maar ik ben er van overtuigd dat we dat nu wel moeten doen. Elk jaar dat we langer afwachten wordt het duurder om straks de juiste maatregelen te nemen.”

Denken op de lange termijn
“Ik maak me er wel eens zorgen over dat veel van onze systemen ingericht zijn voor de korte termijn. Bedrijven zetten in op een korte terugverdientijd van hun investeringen en ook op bestuurlijk niveau wordt vaak gedacht in periodes van vier jaar. Dat kortetermijndenken staat duurzaamheid soms in de weg. Winst pak je niet morgen of overmorgen, maar op de lange termijn.”

Publiek-privaat samenwerken
“In Nederland ben ik vooralsnog de enige klimaatdirecteur, maar ook andere steden zijn serieus met dezelfde uitdagingen aan de slag. Het bijzondere aan Rotterdam – binnen Nederland maar ook internationaal – is dat we met het RCI een publiek-private samenwerking op touw hebben gezet. Ook hoe Rotterdam de reductie van CO2-uitstoot combineert met het klimaatbestendig maken van de stad baart veel opzien in de rest van de wereld. We richten ons op de oorzaken maar ook op de gevolgen van de klimaatverandering.”

Leren van andere steden
“Andersom leren wij ook veel van andere steden. Amerika loopt bijvoorbeeld voor op het gebied van rampenbestrijding zoals evacuatie ten gevolge van overstromingen. En Melbourne, Australië, is weer veel verder met de omgang met waterschaarste. Een thema dat ook voor Nederland relevant is om aan te pakken.”

Het mes snijdt aan twee kanten
“Die synergie tussen mitigatie en adaptatie zal alleen maar toenemen, daar ben ik van overtuigd. Je kunt het één niet los zien van het ander. Het drijvend paviljoen, dat nu gebouwd wordt, is daar een voorbeeld van. De innovatieve drijvende constructie die in mei klaar zal zijn laat zien hoe we aantrekkelijk en veilig voor klimaatveranderingen kunnen wonen. Dankzij de energiezuinige constructie verbruikt het paviljoen bovendien weinig elektriciteit. Het mes snijdt aan twee kanten.”

« Terug naar het overzicht
05 Februari 2010