Met het Warmtebedrijf gaat Rotterdam als eerste gemeente in Nederland op grote schaal gebouwen en woningen verwarmen met industriële restwarmte. Het voorstel van wethouder Rik Grashoff werd unaniem goedgekeurd in de gemeenteraad. Over twee jaar benutten 50.000 gebouwen en huizen in Rotterdam-Noord de warmte die vrijkomt uit de afvalverbrandigscentrale in Rozenburg.
“Eén verbrande vuilniszak is straks goed voor zeker vijf douchebeurten”, rekent Grashoff voor. De wethouder is blij dat ondanks de aanvankelijke weerstand tegen het plan, er nu een akkoord bereikt is.
Afvalcentrale Rozenburg neemt de plaats in van de afvalverbrandingsinstallatie aan de Brielselaan, die begin dit jaar gesloten werd. “We moesten op zoek naar andere oplossingen”, vertelt Grashoff. Rozenburg vergt weliswaar 20 kilometer aan extra pijpleidingen, maar beschikt over een grotere én een modernere installatie. De jaarlijkse CO2-reductie bedraagt tot 81 kiloton, terwijl dat aan de Brielselaan in Zuid maximaal 61 kiloton was geweest. “Het warmteverlies als gevolg van langere pijpen weegt niet op tegen de milieuwinst. Rozenburg kan ook nog eens een half jaar eerder van start."
Een goed onderhouden stadsverwarmingsnet stelt de gemeente in staat om te 'vergroenen'. Grashoff: “In Rotterdam zit zo veel restwarmte in het havengebied dat we in theorie alle huizen van Den Haag tot en met Dordrecht zouden kunnen verwarmen. Dat lukt nog niet omdat het economisch niet haalbaar is. Maar als energie schaars wordt is het prettig een systeem te hebben, waarbij de energie-efficiency kan worden opgevoerd.”
De gemeente is voorlopig de belangrijkste geldschieter. De borgstelling van 149,5 miljoen euro verandert gaandeweg naarmate Van Gansewinkel – de eigenaar van de afvalverbrandigscentrale – terugbetaalt in de vorm van de levering van restwarmte. Na zeven jaar vertegenwoordigt het bedrijf een bepaalde waarde, waardoor de borgstelling eraf kan. “Dat is exact wat de banken wilden”, aldus de wethouder.